Onderhoudsverplichting van het onroerend goed

De verhuurder moet de huurder een goed in goede staat verhuren. Hij moet ervoor zorgen dat het goed in goede staat blijft en voldoet aan het gebruik waarvoor het wordt verhuurd. Hij moet het goed dus onderhouden.

De verhuurder dient tijdens de looptijd van de huurovereenkomst ook alle noodzakelijke herstellingen uit te voeren die niet ten laste van de huurder zijn.

De verhuurder heeft dus een dubbele verplichting, namelijk:

  • - een onderhoudsplicht waarbij de huurwoning in goede staat wordt gehouden zodat het kan blijven dienen voor het oorspronkelijke gebruik;
  • - een herstelplicht om het genot ervan toe te laten en voor de goede werking van het goed in overeenstemming met de bestemming ervan.

De herstelplicht is ten laste van de verhuurder wanneer deze het gevolg is van normale slijtage, veroudering, gebreken of zelfs bij toeval of overmacht.

De verplichting van de verhuurder beperkt zich echter tot herstelwerken en niet tot reconstructies.

Volgende werken zijn daarentegen niet ten laste van de verhuurder:

  • - luxewerken;
  • - huurschade ten laste van de huurder; 
  • - wederopbouw; 
  • - nieuwe inrichtingen.