Teruggaveplicht op het einde van de huurovereenkomst

De huurder heeft het gebruik en het genot van het gehuurde goed maar voor een bepaalde tijd. Hij moet het goed op het einde van de huurovereenkomst teruggeven. De verplichting om het goed op het einde van de huurovereenkomst terug te geven is een resultaatverbintenis. De huurder is dus in fout indien hij het goed niet teruggeeft.

De problemen betreffende de staat van het goed worden vaak op het einde van de huurovereenkomst vastgesteld.

Het gehuurde goed moet in zijn oorspronkelijke staat worden teruggegeven, met uitzondering van de beschadigingen door normaal gebruik. De huurder is verantwoordelijk voor verlies en beschadigingen tijdens zijn genot, ongeacht of die werd aangebracht door hem of door personen voor wie hij instaat.

Deze context verduidelijkt de regels over:  

  • - de staat waarin het goed moet worden teruggegeven; 
  • - verlies en beschadigingen tijdens het gebruik van het goed;
  • - beschadigingen door personen voor wie de huurder instaat;
  • - de aansprakelijkheid bij brand.

Het gehuurde goed moet ten laatste bij afloop van de huurovereenkomst ter beschikking gesteld worden van de verhuurder. De teruggave bij afloop van de huurovereenkomst moet volledig zijn, dat wil zeggen dat ze betrekking heeft op het volledige goed, onderwerp van de huurovereenkomst.

De huurder moet er dus voor zorgen dat alle personen die bij hem wonen, al dan niet verwanten, ook onderhuurders, het goed verlaten.

De teruggaveplicht impliceert dat de huurder alle meubelen en uitrustingen uit het gehuurde goed moet verwijderen.

Voorts moet hij de sleutels teruggeven aan de verhuurder.

De aan de huurder toe te schrijven schade wordt vastgesteld door de plaatsbeschrijving bij begin en bij vertrek te vergelijken.

Aangezien de teruggaveplicht een resultaatverbintenis is, moet de verhuurder niet de fout van de huurder aantonen, maar het materiële bewijs van de beschadigingen leveren. Dit bewijs kan ook via rechtsmiddelen en in het bijzonder via getuigenissen worden geleverd.

De huurder moet zich verantwoorden voor de bewezen schade. Behalve als hij kan aantonen dat ze het gevolg is van overmacht of ouderdom (met dien verstande dat dit bewijs op rigoureuze wijze wordt geleverd). Hij moet het tastbare bewijs van die externe oorzaak of ouderdom leveren.